Vaarbewijs Europa· Studiehulp
Leeromgeving

Bruggen & sluizen

De lichtseinen bij beweegbare bruggen, vaste bruggen en sluizen (BPR art. 6.24–6.28).

Bij bruggen en sluizen regelen lichten of je door mag. De lichten staan meestal bóven elkaar. De basis is overal gelijk: groen = mag, rood = niet, rood + groen = maak je klaar en wacht tot het groen wordt. Bij bruggen geeft geel bovendien aan of je tegenliggers kunt verwachten.

Bruggen

1 rood licht

De brug wordt bediend, maar is nog gesloten — doorvaart verboden.

2 rode lichten (boven elkaar)

De brug is gestremd en wordt niet bediend — doorvaart streng verboden.

Rood + groen

De brug gaat zo open — maak je klaar, maar wacht met doorvaren tot het groen wordt.

1 groen licht

De brug is open of gaat open — doorvaart toegestaan.

2 groene lichten (boven elkaar)

Doorvaart vrij, maar het verkeer wordt niet geregeld (bv. een onbewaakte brug). Er kunnen dus schepen van de andere kant komen — behandel de openstaande brug als een engte.

1 geel licht

Doorvaren toegestaan, maar er is mogelijk tegemoetkomend verkeer.

2 gele lichten

Doorvaren toegestaan en er is géén tegenliggend verkeer.

Sluizen

Rood

Wachtlicht — je mag de sluis niet invaren.

2 rode lichten

De sluis is buiten bedrijf — niet invaren.

Rood + groen

De sluisdeuren gaan spoedig open en het waterniveau wordt gelijkgemaakt — maak je gereed.

Groen

De sluis staat open — je mag veilig de kolk invaren.

Onthoud dit

  • 1 groen = doorvaren of invaren toegestaan.
  • 1 rood = de brug wordt bediend maar is nog dicht; bij een sluis is het een wachtlicht — niet doorvaren/invaren.
  • 2 rode lichten boven elkaar = gestremd of buiten bedrijf — streng verboden.
  • Rood + groen = gaat zo open; maak je klaar, maar wacht tot het groen wordt.
  • 2 groene lichten boven elkaar = doorvaart vrij, maar het verkeer wordt niet geregeld (bv. onbewaakte brug). Er kunnen schepen van de andere kant komen — een openstaande brug geldt als een engte.
  • Bij bruggen: 1 geel = doorvaren mag, maar let op tegemoetkomend verkeer; 2 geel = doorvaren mag zónder tegenliggers.
  • Let op: op vaste bruggen markeren gele ruiten (dagteken) de aanbevolen doorvaartopening — 1 ruit = beide richtingen, 2 ruiten = één richting.