Vaarbewijs Europa· Studiehulp
Leeromgeving

Voorrang: wie wijkt voor wie?

De uitwijkregels en de rangorde tussen grote, kleine en snelle schepen.

Rangorde: grote, kleine en snelle schepen

Kleine schepen wijken voor grote schepen; snelle motorboten wijken voor iedereen; een veerpont in bedrijf heeft juist voorrang op alles. Klik een schip.

Wie wijkt voor wie?

Van boven (voorrang op iedereen) naar onder (wijkt voor iedereen). Klik een schip.

De basis-uitwijkregels

Vier situaties die je uit je hoofd moet kennen.

Recht tegemoet

Twee motorboten recht tegemoet: beide wijken naar stuurboord en passeren bakboord-op-bakboord.

Kruisende koers

Het schip dat de ander aan stuurboord heeft, wijkt. Hier wijkt de blauwe boot.

Oplopen

De oploper (blauw) wijkt en houdt ruim afstand; het opgelopen schip houdt koers.

Klein wijkt voor groot

Een klein schip mag een groot schip niet hinderen en wijkt ruim uit.

Hoofdvaarwater & nevenvaarwater

Je herkent het hoofdvaarwater aan hoe de tonnen lopen. Kom je uit een nevenvaarwater het hoofdvaarwater op, dan verleen je voorrang.

HoofdvaarwaterNevenvaarwaterjij

Hoofdvaarwater of nevenvaarwater?

Klik om het hoofd- of nevenvaarwater op te lichten.

Je ziet het aan de tonnen: de rode en groene betonning loopt dóór langs het hoofdvaarwater. Het nevenvaarwater takt eraf.

Kom je uit een nevenvaarwater (of haven) het hoofdvaarwater op? Dan verleen je voorrang aan al het verkeer op het hoofdvaarwater — je mag het niet hinderen.

Loef & lij: voorrang tussen zeilschepen

Bij wind van verschillende zijden wijkt het schip met de wind over bakboord; bij wind van dezelfde zijde wijkt het loefwaartse (bovenwindse) schip.

LoefLoef = de kant waar de wind vandáán komt (bovenwinds).
LijLij = de van de wind áfgekeerde kant (benedenwinds).
Situatie
windwind over bakboordwijktwind over stuurboordvoorrang
Verschillende boeg (zeilen aan verschillende kanten): het schip met de wind over bakboord (grootzeil aan stuurboord) wijkt voor het schip met de wind over stuurboord (grootzeil aan bakboord).

Alle zeilregels op een rij

  • Verschillende boeg: de zeiler met het grootzeil aan bakboord (wind over stuurboord) heeft voorrang op de zeiler met het grootzeil aan stuurboord.
  • Dezelfde boeg: loef (bovenwinds) wijkt voor lij (benedenwinds).
  • Inhalen: een achteropkomend zeilschip wijkt altijd voor het schip dat het inhaalt.
  • Zeil vs. motor: een zeilschip heeft in de regel voorrang op een motorboot.
  • Maar: kleine zeilschepen (< 20 m) wijken in drukke of smalle vaarwaters voor grote beroepsvaart en veerponten.
  • Op de motor: vaart een zeilboot op de motor (ook al staat het zeil nog omhoog), dan gelden de motorbootregels — een zeilschip ónder zeil heeft dan voorrang.