Vaarbewijs Europa· Studiehulp
Leeromgeving

Windkracht & Beaufort

De windkrachten 0 t/m 12 met hun namen — wat ze betekenen op het water (toetsterm C.6).

Wat is de schaal van Beaufort?

Windkracht wordt uitgedrukt op de schaal van Beaufort, van 0 (windstil) tot 12 (orkaan). Elke windkracht heeft een naam en hoort bij een snelheidsbereik. Voor een klein schip is windkracht 6 vaak de grens om binnen te blijven; vanaf windkracht 8 (stormachtig) vaar je niet meer uit.

De windkrachten en hun namen

BftNaamSnelheid (km/u)Wat merk je op het water
0Windstil< 1Rook stijgt recht omhoog; het water is spiegelglad.
1Zwakke wind1–5Lichte rimpeling op het water; rook geeft de richting aan.
2Zwakke wind6–11Kleine golfjes; je voelt de wind in je gezicht.
3Matige wind12–19Lichte golven, hier en daar een schuimkop. Prettig zeilweer.
4Matige wind20–28Golven worden langer; regelmatig schuimkoppen.
5Vrij krachtige wind29–38Matige golven, overal schuimkoppen; kleine boten reven.
6Krachtige wind39–49Grotere golven met schuimkammen; met een klein schip blijf je beter binnen.
7Harde wind50–61De zee stapelt op; schuim waait in strepen mee met de wind.
8Stormachtig62–74Hoge golven, takken breken af. Met een klein schip níét uitvaren.
9Storm75–88Hoge golven met overslaande kammen; zicht door stuifwater minder.
10Zware storm89–102Zeer hoge golven, de zee wordt wit van het schuim; schade aan land.
11Zeer zware storm103–117Buitengewoon hoge golven; zware schade, zeldzaam aan de kust.
12Orkaan≥ 118De lucht is vol schuim en stuifwater; de zee is volkomen wit.
0–2 · windstil tot zwak
3–5 · matig tot vrij krachtig
6–7 · krachtig tot hard
8–12 · stormachtig tot orkaan

Onthou de ankerpunten

Je hoeft niet alle twaalf uit je hoofd te kennen, maar wél de namen rond de grenzen: 3–4 matige wind (lekker zeilweer), 6 krachtige wind (klein schip blijft binnen), 8 stormachtig (niet uitvaren) en 12 orkaan.

Draaiende wind: krimpen of ruimen?

De windrichting verandert vaak in de loop van de dag. Kijk naar welke kant de wind op de kompasroos draait: tegen de klok in (krimpen) of met de klok mee (ruimen). Dat zegt iets over het weer dat komt.

NOZW

Krimpende wind

Draait tegen de klok in
Bijv. van N → NW → W → ZW

Kondigt meestal weersverslechtering aan: een front of depressie komt eraan, vaak met regen.

NOZW

Ruimende wind

Draait met de klok mee
Bijv. van ZW → W → NW → N

Hoort meestal bij weersverbetering: na het passeren van een koufront klaart het op.

Voorbeeld uit het examen

De wind draait van 9:00 tot 16:00 van N naar NW. Op de kompasroos gaat dat tegen de klok in — dus de wind krímpt. Conclusie: er is weersverslechtering op komst (een naderend front/depressie).